Na aankoop van Balu in het Franse Lorient, aan de zuidkust van Bretagne, zeilden we met een bemanning van zes naar Amsterdam. Boris ging mee, Didi was de Tunesische onderhoudsman die de boot goed kende en ook voor het eerst naar Nederland kwam. Verder drie opstappers en de kersverse schipper.
Bij vertrek uit Lorient was er weinig wind. We voeren de eerste mijlen onder motor. Tegen het eind van de middag waren we halverwege de Bretonse zuidkust en konden we in een lichte avondbries de zeilen uitrollen. De hele tocht verliep met een afwisseling van zeilen en motoren.
Tussen Cap Finisterre en de Kanaaleilanden een geweldige ervaring: een groep dolfijnen, moeders met hun jongen en nog meer in de school, zwommen bijna een uur lang mee. Ze sprongen op naast de boot, zwommen vlak voor de boeg uit dicht onder het wateroppervlak. Vlak daarna kwam een reusachtige Jan van Gent vanuit het westen aangevlogen, draaide een ruime circel om de mast en vervolgde zijn weg. Een prachtig voorteken voor het leven op ons nieuwe schip.
